Op 15 juni hebben we een rondetafelbijeenkomst over de toegevoegde waarde en aanpak van burgerparticipatie georganiseerd. Hier lees je de de conclusies en vind je het verslag.

Burgers willen steeds vaker meepraten over wat ze belangrijk vinden in hun woonomgeving. En gemeentes beseffen dat het betrekken van burgers vaak leidt tot meer draagvlak. Dan lijkt de simpele optelsom van 1 + 1 = 3 een zuiver inkoppertje om vraag en aanbod bij elkaar te brengen.

 

Doel van de rondetafelbijeenkomst was om kennis en ervaringen te delen over het opzetten en uitvoeren van burgerparticipatie-programma’s. Voor en door gemeentes. Programma’s die volledig gericht zijn op participatie (zoals een burgertop of een G1000) en op het betrekken van burgers bij specifieke beleidsvraagstukken.

Maar hoe gaat dat precies? Hoe krijg je een representatieve vertegenwoordiging van de inwoners aan tafel? Hoe zorg je ervoor dat iedereen kan bijdragen? Hoe gaan verschillende belangen elkaar niet tegenwerken. Of mooier nog, elkaar juist versterken?

En wat als inwoners meepraten over zaken die diametraal tegenover het ‘eigen’ gedachtengoed staat? Ontstaat er dan een onderstroom van gripverlies?

De verbale wandeling door het gemeentelijke participatielandschap heeft in ieder geval, naast de gezellige ontmoeting, ook een aantal gemeenschappelijke inzichten opgeleverd.

Veel gemeentes zien dat burgerparticipatie niet het doel heeft om bij een terugtrekkende overheid het werk uit te laten voeren door burgers. Zij willen vooral weten wat inwoners belangrijk vinden. Dat er begrip is voor elkaars standpunten om samen oplossingsrichtingen te (onder)zoeken. De gemeente kan daarbij haar sociale kapitaal beter benutten. Burgers zijn niet alleen inwoners, die belang hebben bij een onderwerp in hun woonomgeving, maar zijn ook ervaring- of omgevingsdeskundigen die kennis inbrengen.

Bewoners betrekken bij projecten die hen direct aangaan is geen aan mode onderhevige verschijnsel. Daar waar voorheen de burger werd benaderd voor een evaluatie over het uitgevoerde werk, betrekken gemeentes de burgers al in een vroegtijdig stadium. Voordat er überhaupt wordt gesproken over een oplossing worden eerst de belangen en uitgangspunten opgelijst. Een kanttekening is echter op zijn plaats. Vooraf nadenken over de complexiteit van vraagstukken en de wijze waarop je welke inwoners betrekt, is een onontbeerlijke exercitie.

Denk daarbij vooral aan laagdrempelige vormen van betrekken. Voor de een is dat een digitaal platform, voor de andere een gemeenschapshuis. Het moet in ieder geval aansluiten op de belevingswereld van inwoners.

Dat burgerparticipatie nog in ontwikkeling is, is wat allen onderschrijven. Nog veel gemeentelijke organisaties zijn geketend door de structuur waarin ze zich bevinden. Er wordt doorgaans gehandeld vanuit wetten, regels en richtlijnen. In het besluitvormingsproces, waarbij de regel de logische ratio overstijgt, is bijna niet meer uit te leggen aan de betrokken inwoner.

Over de ontwikkeling van actieve burgerparticipatie wordt door de bank genomen hoofdzakelijk in kansen voor de gemeenschap gedacht. Er is vooralsnog weinig demofobie te bespeuren, enkel de wil om het goed te doen, omlijst met een kader van zorgvuldigheid.

Meer weten over de bijeenkomst, klik dan op deze link naar het verslag. >>>>>>>>

 

Op 7 december a.s. is er een nieuwe rondetafelbijeenkomst burgerparticipatie.
Noteer deze alvast in de agenda.
Klik hier om je aan te melden.

 

 

Terug naar het overzicht