Facilitators zijn altijd op zoek naar nieuwe werkvormen. Maar wat is nieuw? In veel werkvormen boekjes vind je werkvormen die vooral bestaan uit een vraagstelling. Een voorbeeld dat ik laatst tegen kwam is ‘verleden, heden, toekomst’.  Ik hoorde het van een andere facilitator, dus ik weet niet waar het vandaan komt, maar het idee is dat je met de groep op basis van drie perspectieven brainstormt:

  • Hoe deden we dit vroeger?
  • Hoe is het nu?
  • Hoe willen we het anders gaan doen?

Drie perspectieven, brainstormen, … leuke werkvorm?

Eigenlijk is dit in mijn ogen geen werkvrom. Er is namelijk geen ‘manier van samenwerken’. Je kunt deze vraag met eindeloos veel werkvormen invullen. Je kunt er een visueel template van maken. Je kunt de perspectieven stap voor stap bekijken. Je kunt in groepjes brainstormen, of individueel met post-its. Je kunt tekeningen of collages voor elk van de perspectieven maken, je kunt ze in een online brainstorm tool zetten…

Echt nieuwe werkvormen zijn nieuwe manieren waarop je een vraag interactief beantwoordt met een groep. Met deze stelling wordt het natuurlijk ook een stuk lastiger om echt nieuwe werkvormen te vinden.  In deze blog reeks wil ik je 10 manieren van werken aan reiken die je wellicht nog niet kent. Ik heb ze zelf bedacht, tenzij anders vermeld, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat niemand anders ze ooit bedacht heeft. Je kunt me volgen op Twitter, Facebook of IinkedIn om geen blog te missen. De blog’s zijn ook terug te lezen op www.facilitatingcompany.nl.

1 – pin-ball brainstorm

Doel

Het fijne van brainstormen met geeltjes is dat de groep gaat staan, bewegen… althans… Dat valt dus vaak nog tegen. In een gewone vergaderruimte zal de werkvorm ‘brainstormen met geeltjes’  in de praktijk betekenen dat iedereen aan tafel of op zijn stoel een paar ideeën op geeltjes schrijft en dan opstaat om die op te plakken (of je geeft ze aan de facilitator. Weg beweging!) Bij de pin-ball brainstorm gaan we mensen echt uit hun stoel halen om de groep te activeren, en letterlijk in beweging te krijgen.

Werkwijze

Werk bij voorkeur in een grote lege ruimte. Als dat niet kan, zorg dan dat de tafels leeg zijn, en de stoelen aangeschoven of aan de kant.

Maak een flink aantal vellen (e.g. flip-over of A3) met daarop een sub-onderwerp of thema voor de brainstorm. Hang/leg de vellen vervolgens zo ver mogelijk uit elkaar in de ruimte. Maak veel vellen, minimaal 1 per 3 deelnemers, meer is ook goed. Eventueel gebruik je hetzelfde thema op een aantal vellen.

Elk vel krijgt een thema. Gaat de brainstorm bijvoorbeeld over duurzaamheid in de organisatie, dan kan je vellen maken met thema’s als ‘gedrag’, ‘afval’, ‘energie gebruik’, ‘vervoer’, etc. Het is ook leuk om elk vel een perspectief te geven, denk aan een rol, of een stakeholder, of een vergelijkbaar bedrijf (concurrent), je kunt zelf analogieën (een context die op een bepaalde manier vergelijkbaar is maar heel verschillend (e.g. een mierenhoop met een metropool vergelijken) of associaties (denk aan een set dieren, natuurgebieden, monumentale gebouwen) gebruiken. Je kan ook een vel ‘overig’ maken. Zet/leg die dan in het midden van de zaal.

Verdeel de groep over de ruimte, geef iedereen een stift/pen en een blok geeltjes. Leg de hoofdvraag uit en noem kort elk van de thema’s. Zorg dat de vraag en de thema’s helder zijn voor iedereen. Vraag iedereen naar aanleiding van het sub-thema een idee te bedenken, op te schrijven en op het vel te plakken. Vraag ze vervolgens, om naar een willekeurig ander vel te lopen, om daar een idee te bedenken. Geef de tijd om zeker tien geeltjes te vullen. Heeft een deelnemer geen inspiratie voor een thema, laat hem dan naar een ander vel gaan. Het is niet de bedoeling dat deelnemers ideeën bedenken, en dan het thema zoeken, de thema’s moeten inspireren. Als een deelnemer een idee heeft dat niet past bij het huidige thema, plak het dan bij overig, en vraag de deelnemer om naar een ander vel te gaan en zich te laten inspireren door het thema.

Effect

Met deze brainstorm worden deelnemers steeds met een nieuw perspectief geconfronteerd, en zal de brainstorm heel divers zijn. Op elk vel staat een ander perspectief, elk een denkrichting op het thema. Door het lopen tussen de vellen activeer je de deelnemers en is er tijd voor inspiratie; bewegen stimuleert de hersenen. Na afloop zijn de ideeën al deels gecategoriseerd, dus je kunt ook makkelijker samenvatten. Het vel overig is goed om te zorgen dat deelnemers hun idee in ieder geval kwijt kunnen, en niet hoeven te ‘zoeken’ naar een thema waar het bij past.

 

2 – bubbel brainstorm

Doel

Deze brainstorm is bedoeld voor diepgang, even goed graven wat je allemaal binnen een perspectief kunt bedenken in antwoord op een bepaalde vraag. Op deze manier diep je een onderwerp uit, en probeer je een uitputtend overzicht te maken van ideeën of inzichten.

Werkwijze

Als input gebruik je een set plaatjes , foto’s of handzame dingen. Het is leuk om iets uit de natuur te pakken, maar je kan eigenlijk alles gebruiken, speelgoed, gadgets, kindertekeningen, alles is mogelijk.

Laat iedereen een kaart/foto/ding pakken, je kunt ze laten kiezen, maar je kan ook uitdelen of grabbelen voor een verassingseffect.

Vraag de deelnemers om rustig te gaan zitten, bij voorkeur in afzondering, ruggen naar elkaar, of in de ruimte op een kussen bijvoorbeeld. Vraag de deelnemers het object goed te bestuderen. Je kunt het echt een beetje een ‘mindfull’ oefening maken door deelnemers te vragen om te kijken naar details, kleur, licht, vanuit verschillende kanten, voelen, ruiken, etc. maar als dat te ‘zweverig’ is, doe je het niet. Geef iedereen een lijst, en vraag ze om minstens 15 eigenschappen van het ding/plaatje op te schrijven.

Leg nu de brainstorm vraag uit, het onderwerp van de brainstorm. Dat kan een probleem zijn waarvoor oplossingen bedacht moeten worden, maar ook een project dat geëvalueerd moet worden kan. Vervolgens vraag je de deelnemers om voor elke eigenschap een vertaling te maken naar de brainstorm vraag: “Hoe kunnen we die eigenschap benutten om…” of “Hoe zie je deze eigenschap terug in…”

Laat deelnemers voor elke eigenschap een vertaling maken. Geef ook ruimte om ‘overige’ inzichten of ideeën op te schrijven. Als een eigenschap echt niet vertaald kan worden, dan mag die overgeslagen worden.

Voor nog meer diepgang, laat je deelnemers met iemand wisselen van ding/plaatje, de oefening herhalen, en vervolgens antwoorden vergelijken en samen een top drie (+/-) maken.

Verzamel de ideeën/inzichten vervolgens door deelnemers om beurten te vragen hun beste idee/inzicht te delen, doe eventueel een 2e of 3e ronde, waarbij ideeën/inzichten die al genoemd zijn niet herhaald worden.

Effect

In deze brainstorm laat je deelnemers echt gedetailleerd nadenken over een vraagstuk. Door de eigenschappen van het object te vergelijken met de brainstormvraag krijg je een analogie met verschillende aanknopingspunten. Elke eigenschap kan een nieuw inzicht of idee triggeren, maar de denkrichting is wel meer gefocust.

3 – ganzenbord  

Doel

In het bekende, oud-Nederlandse ‘Ganzenbordspel’ leggen de gansjes een lange weg af op het bord. De dobbelsteen bepaalt hoe snel ze dat doen en onderweg kunnen ze diverse situaties tegenkomen die tegenslag of voorspoed brengen. Een mooie metafoor voor heel veel organisatieontwikkelingen of veranderingen. In deze oefening gaan deelnemers hun eigen ganzenbord spel ontwikkelen. Daarmee gebruiken ze de metafoor van het ganzenbord spel om de organisatie te analyseren en issues boven tafel te krijgen. Bedenk van te voren ook of je de deelnemers vraagt om een spel te maken over de huidige situatie (met als doel reflectie, onderling begrip van verschillende perspectieven) of de toekomstige situatie (met als doel ontwerpen/oplossen).

Let op! Het is niet de bedoeling dat je een ganzenbord voor de groep gaat maken om te spelen, het gaat er juist om dat de deelnemers zelf de metafoor vertalen naar de organisatie.

Werkwijze

Bij voorkeur start je met blanco vellen, en help je de groep om zo veel mogelijk elementen van het spel aan te passen aan de organisatie.

Maak groepjes van 3-5 deelnemers, geef ze een groot vel karton, stiften, en materiaal om de ganzen en dobbelstenen van te maken (klei, piepschuim, dik karton, iets in 3d dat je makkelijk kunt bewerken). Leg ergens een voorbeeld spel neer om even te spieken hoe het ook al weer ging. Afhankelijk van de deelnemers kan je meer creatieve materialen aanbieden, heb je weinig tijd, print dan vellen waar de vakjes al op staan en maak een invulformulier voor de spelregels.

Vraag de deelnemers om het spel in te vullen met de organisatie in gedachten (de gehele organisatie, afdeling, situatie, project, etc.). Teken het bord. Hoe ziet de weg er uit, wat zijn de stappen, wat is het eindpunt, (welk doel heeft de groep uiteindelijk), welke dingen komen de ganzen tegen, en wie zijn de ganzen in dit geval eigenlijk? Hoe ziet de dobbelsteen er uit (staan daar nummers op, of situaties bijvoorbeeld)? Welke kansen biedt die? Hoe snel gaan de ganzen dan? Laat de metafoor zo veel mogelijk open, en moedig de deelnemers aan om elk element te vertalen naar de organisatie. Vraag ook of ze de spelregels willen ‘herschrijven’ zijn dit de spelregels zoals ze zijn, of zoals je ze zou willen hebben?

Geef de groepen voldoende tijd, laat ze daarna hun spel aan elkaar uitleggen. Het is leuk als de groepjes het spel van een ander groepje kunnen spelen (nog leuker is natuurlijk als de groepjes dan ook weer verschillende perspectieven (onderdelen, functies) in de organisatie vertegenwoordigen, waardoor het spelen ook nog de functie heeft om in andermans huid te kruipen). Reflecteer vervolgens op het spel. Hoe heb je dit ganzenbord ervaren? Hoe bereiken de ganzen het eindpunt? Wat is de put? Hoe vaak moet je terug naar start? Etc. Evalueer afhankelijk van de groepsgrootte plenair of in samengestelde groepen van enkele spelgroepjes.

Neem voldoende tijd voor reflectie. Welke inzichten zijn er, hoe verschillen de spellen van elkaar, wat betekent dat? Werk toe naar duidelijke lessen en acties om de samenwerking in de groep te verbeteren.

Heb je memorabele spellen gemaakt, vereeuwig deze dan (of de leukste elementen uit elk spel) via bijvoorbeeld www.bordspelkado.nl tot een echt spel en een aandenken aan de oefening.

Effect

Deze metafoor helpt om na te denken over de organisatie. Door het spel te maken en te knutselen ontstaat een ‘taal’ om issues bespreekbaar te maken, en kunnen deelnemers met de nodige humor problemen op tafel leggen.

 

4 – crowdsourcing

Doel

Deze techniek is geschikt voor een ingewikkelde vraag, een dilemma, iets waar niet direct een pasklaar antwoord op is, maar wat niet al te gevoelig of geheim is. Maar ook een proefballonnetje, een idee waar de organisatie brede feedback op wil is geschikt. Met deze vraag of dit idee gaan deelnemers ‘de straat op’ of ‘de cloud in’, om feedback te verzamelen.

Werkwijze

Breng een groep bij elkaar om de crowdsourcing te organiseren. Leg de vraag goed uit, geef voorbeelden en details, zorg dat het helemaal duidelijk is. Schrijf de vraag op een kaartje, dat iedereen kan meenemen als geheugensteuntje.

Deel de groep op in teams (2-5 deelnemers/team). Elk team kiest een strategie om zo veel mogelijk antwoorden van zo divers mogelijke mensen te krijgen. Opties zijn een enquête, interviews in je eigen netwerk, een oproep op facebook, pollen in een drukke winkelstraat, kinderdenktank, etc. etc. Geef een deadline, zet die dichtbij (een week of zelfs drie dagen bijvoorbeeld), anders duurt het te lang en kost het te veel tijd.

Leg eventuele regels vast, (e.g. wel of geen bedrijfsnaam noemen, wie mag je eventueel niet benaderen, etc. Eventueel kan je het actieplan van elk team even laten checken.)

Maak er een competitie van, het team met de meeste reacties (of de beste, of meest verschillende, vast te stellen door bijvoorbeeld stemmen (online) of een jury) wint een prijs (taart, fles wijn).

Laat de teams vervolgens de antwoorden samen analyseren en distilleer de belangrijkste inzichten tot een A4tje per team. Denk goed na over de opvolging van de actie, wat ga je met de uitkomsten doen? Maak tempo, er moet geen weken tussen de start en de uitkomst zitten, dan is het effect weg.

Effect

Met deze techniek zoeken we naar andere invalshoeken, nieuwe perspectieven en objectieve feedback. Vaak hebben deelnemers in een organisatie toch een vergelijkbare achtergrond, en is echt ‘out of the box’ denken daarom lastig. Op deze manier ga je letterlijk buiten de box op zoek naar inzichten. Door de competitie ontstaat een focus op veel feedback en daardoor krijg je weer meer diversiteit in de inzichten.

5 – In de schoenen van

Doel

Mensen hebben vaak moeite om een probleem vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Het is lastig om je te verplaatsen in de ander. Met deze oefening proberen we dat nog letterlijker te doen. We laten ze in de huid van een ander kruipen om meer empathie en begrip te ontwikkelen voor een ander standpunt.

Werkwijze

Zet mensen vanuit verschillende perspectieven in een kring, bij voorkeur geen tafel.

Geef iedereen een naambordje en laat ze hun functie opschrijven.

Vraag iedereen om de schoenen uit te doen. Laat iedereen zichzelf kort voorstellen aan de hand van hun eigen schoenen, waarom passen die bij je, en bij jouw functie. Heeft iedereen nagenoeg dezelfde schoenen, kies dan iets anders, e.g. je sleutelbos of tas.

Laat iedereen vervolgens een kaart invullen met een typisch dilemma dat hoort bij hun functie. Geen namen/personen noemen. Schets een situatie en maak expliciet wat het dilemma is tussen optie A, optie B en eventueel optie C.

Stop de kaart in/bij een van je schoenen, stop in de andere schoen een set kaartjes/briefjes

Vraag de deelnemers nu om bij de schoenen van een ander te gaan staan. Laat ze nadenken over het dilemma. Vraag om op een briefje uit de andere schoen iets te schrijven dat deze persoon kan helpen om het dilemma op te lossen. Geen antwoord of suggestie voor een keuze, maar hulp bij het maken van de keuze. Hoe pak je het aan, hoe kom je tot een goede overweging?

Laat deelnemers zo een aantal keer in elkaars schoenen staan. Vervolgens zijn er twee reflectie stappen:

1) Individueel: oogsten, wat vind je in je schoen. Zijn de suggesties bruikbaar? Helpen ze je in je overweging. Wat leer je over jezelf en de anderen? Wat zien anderen in jou? Begrijpen ze je?

2) In de groep: Wat moet de groep doen om verschillen te overbruggen? We moeten ze met elkaar afspreken over ‘hoe we met elkaar omgaan.’

Sluit positief af met een ronde complimenten. Vraag iedere deelnemer om voor iedereen in de kring iets aardigs of positiefs te schrijven, zodat iedereen sterker in zijn schoenen staat na afloop.

Effect

Door te focussen op de aanpak voor de oplossing van het dilemma, en niet de oplossing zelf, dwing je deelnemers echt om in elkaars huid te kruipen. Dat helpt om empathie te creëren, niet alleen naar medewerkers, maar juist ook naar leidinggevende. Het is ook een manier om feedback te geven op proces en inhoud, zonder het persoonlijk te maken. Door te eindigen met complimenten vraag je deelnemers om elkaar te steunen in de dilemma’s die ze in hun functie tegen komen.

 

6 – Fotografie

Doel

Deze vorm van kennismaken kost wat tijd, maar gaat direct de diepte in. Het is een mooie start van een bijeenkomst omdat mensen tegelijk een moment nemen om tot rust te komen. Zeer geschikt om een middagworkshop (deel) te beginnen, na de ongetwijfeld hectische ochtend. Deelnemers gaan aan de hand van een zelfgemaakte foto iets over zichzelf vertellen.

Werkwijze

Deze werkvorm is vooral geschikt als je een locatie hebt waar je even naar buiten kan, bij voorkeur de natuur in.  Vraag deelnemers om 10 minuten naar buiten te gaan en iets te fotograferen dat ze mooi vinden of dat ze raakt (met een smartphone).  Maak er een ‘zen’ momentje van, geniet even van de buitenlucht, wandel een stukje, focus op de natuur, en de details die je ziet.

Na 10 minuten kom je bij elkaar. Ga zitten in een kring, maak de groep niet te groot, splits eventueel in kleinere groepjes. Vraag deelnemers een voor een om hun foto te delen (gewoon laten zien of delen in een app groep bijvoorbeeld). Vraag ze om te vertellen waarom ze deze foto hebben gemaakt, en wat dat over hen zelf verteld.

Bedenk een paar vragen om door te vragen: Waarom past deze foto bij jou? Welke overeenkomst is er tussen jou en het object? Welk perspectief heb je gekozen? Wat zegt de vorm van het object? Waarom vind je de kleuren mooi? Je kan ook nog overeenkomsten in de foto’s aanwijzen (jullie hebben (bijna) allemaal gekozen voor een foto met blauwe lucht), wat zegt dat over het team? Zijn er meer overeenkomsten in de foto’s. Wie hebben foto’s gemaakt die erg op elkaar lijken?

Effect

Je zult merken dat deelnemers een veel opener beeld geven van zichzelf, en iets over zichzelf vertellen dat veel meer verbindend is dan wanneer je een gewone voorstelronde doet. Wat mensen mooi vinden is een vraag over gevoel, emotie, intuïtie, en helpt daarom om open te zijn.

7 – Wat is de vraag

Doel

In de ‘Hitchhiker’s guide to the galaxy’ is een supercomputer die gevraagd wordt naar “the answer to the ultimate question of life, the universe, and everything”. Het antwoord is 42, maar wat is precies de vraag? De juiste vraag stellen is vaak de helft van het probleem oplossen. Toch springen we vaak te snel naar oplossingen, in plaats van na te denken over de vraag.

Vaak is dit in organisaties ook het geval, we weten wel wat we willen, maar welke vraag moeten we ons zelf dan stellen?  In deze werkvorm zoeken we dan ook niet naar antwoorden maar naar vragen.

Werkwijze

Maak tweetallen. In tweetallen is er discussie en kunnen de deelnemers elkaar aanscherpen. Leg de tweetallen een duidelijk doel voor; klanttevredenheid, meer betrokkenheid van medewerkers, meer verkoop, duurzamer, etc.  Vraag elk tweetal vervolgens om de ‘ultieme’ vraag te formuleren, die we moeten beantwoorden om dit doel te bereiken.

Presenteer per tweetal de vraag, en vergelijk die met elkaar. Geef tweetallen vervolgens te ruimte om hun eigen vraag aan te scherpen.

Met de vraag gaan ze aan de slag om een actie plan te maken voor het beantwoorden van de vraag. Aan wie moeten we deze vraag stellen? Zullen deze mensen de vraag open beantwoorden? Hoe komen we aan het juiste antwoord? Wat moet er vervolgens gebeuren? Laat elk tweetal hun vraag uitwerken tot een duidelijk stappenplan.

Bespreek kort de uitkomsten van elk tweetal, en bespreek de vervolgstappen.

Effect

Door te focussen op de vraag ga je nadenken over het probleem, of het spanningsveld, in plaats van direct na te denken over de oplossing. Op deze manier trigger je een focus op analyse en niet op ‘try and error’.

 

8 –  Kennismakingsvraag

Deze werkvorm heeft Frans van Rheenen bedacht (www.facilitatingcompany.nl).

Doel

Dit is een kennismakingsoefening die wat meer tijd kost, maar ook helpt om de groep te laten nadenken over wat ze eigenlijk van elkaar willen weten om elkaar beter te leren kennen.

Werkwijze

Verdeel de groep in kleine groepjes van ongeveer drie personen. Elke groep bedenkt samen twee vragen die je aan anderen wilt stellen om elkaar beter te leren kennen. Geef de groepjes even de tijd om een originele vraag te bedenken die helpt om inzicht te geven in wie mensen zijn, en wat ze drijft.

Ieder groepje schrijf hun vragen bovenaan een vel papier. Vervolgens draaien de groepjes door, en beantwoorden ze de vragen van de andere groepjes, anoniem (schrijf in wat kleiner schrift onder de vraag) een voor een, totdat ze weer bij hun eigen vel terug zijn.

Laat de groepjes vervolgens reflecteren op twee aspecten:

1) Eigen vel: Welke antwoorden heb je geoogst? Wat leer je van die antwoorden? Waren de vragen effectief? Waarom wel/niet?

2) Overall oefening: Welke vragen werden er gesteld? Welke overeenkomsten zijn er tussen die vragen? Welke vraag was het meest effectief? Welke vraag houden we er in?

Natuurlijk kan je ook nog gaan kijken van wie welk antwoord was, laat de groep eventueel raden wie bij welk antwoord hoort.

Effect

Vaak zijn kennismakingsrondjes erg oppervlakkig. Door deelnemers te vragen wat ze over de ander willen weten denk je na over wat je van elkaar wilt weten om vertrouwen op te bouwen en verbinding te vinden in de groep.

 

 

9 –  Roadmap

Doel

Doelen en subdoelen stellen in een project is belangrijk voor de motivatie en focus van de groep. Om samenwerking verder te stimuleren, is het nodig dat deelnemers in de groep op de hoogte zijn van elkaars doelen en vooral van de taken en doelen die ze samen moeten uitvoeren, of waar ze afhankelijk zijn van elkaar. Om dat goed inzichtelijk te maken is het handig om een roadmap te maken. Een roadmap is een visualisatie van de verschillende stappen die de groep moet nemen en hoe die aan elkaar gerelateerd zijn. Een goede roadmap geeft de groep inzicht en feedback over de voortgang richting het doel.

Werkwijze

Maak de roadmap samen. Als je samen werkt aan het plan, ontstaat meer ‘eigenaarschap’ en dat is belangrijk voor de motivatie en inzet van deelnemers. Geef de groep een groot vel papier, bij voorkeur een brown paper vel van enkele meters lang, dat je over de breedte van de muur kan ophangen.

Geef de groep kaartjes voor de verschillende stappen, bij voorkeur in verschillende kleuren. Laat ze eerst de volgorde van de stappen bepalen, en trek vervolgens lijnen en pijlen. Maak het niet te ingewikkeld, professionele business-modelleertechnieken zijn niet nodig.

Vraag de groep om met stickers aan te geven wie bij welke stap betrokken is ( ieder een eigen kleur stickers, of blanco stickers met namen bijvoorbeeld). Vraag vervolgens naar ‘het kritieke pad’ waar zitten de risico’s op vertraging, langs elkaar heen werken, slechte coördinatie of communicatie, etc. Geef ook een tijd- of prioriteitlijn aan en gebruik kleur om vergelijkbare stappen aan te geven en specifieke relaties weer te geven.

Geef vooral aan waar deelnemers afhankelijk van elkaars input zijn, zodat duidelijk is wie op wie moet wachten en wie met wie moet afstemmen. Op die manier is het makkelijker om taken te coördineren en elkaar op de hoogte te houden van voortgang.

Wanneer de roadmap af is, is het belangrijk om ook afspraken te maken over het gebruik er van. Hoe gaan we het proces coördineren? Wat moeten we in de gaten houden? Wanneer moeten we bij elkaar komen om af te stemmen. Hoe krijgen we grip op het proces, de planning en de coördinatie. Wie moet dan wat doen? Welke rollen moeten we daarvoor verdelen?

Effect

Visualiseren is een sterk middel om inzicht en overzicht te creëren. Een plaatje zegt meer dan 1000 woorden, en in een visualisatie kan je de relaties tussen activiteiten veel beter boven tafel krijgen. Bovendien werk je op deze manier direct aan een gezamenlijk beeld, en een gezamenlijk proces naar een doel, in plaats van losse activiteiten.

 

 

10 – Gotha!

Doel

Netwerken is niet voor iedereen een makkelijke en vanzelfsprekende bezigheid. Bij grotere groepen en events is het vaak belangrijk dat deelnemers met vergelijkbare interesse of expertise elkaar vinden, maar hoe zorg je er voor dat de drempel voor het eerste contact overwonnen wordt? Met deze techniek help je een grotere groep om te netwerken en nieuwe contacten te maken.

Werkwijze

Ieder krijgt bij binnenkomst een kaartje en twee knikkers. Gevraagd wordt om op het kaartje iets unieks over jezelf te schrijven, een bijzondere hobby, iets wat je bereikt hebt, een droom, of iets wat je in je vrije tijd doet bijvoorbeeld. Lever het kaartje direct weer in. Start de avond met een heel korte uitleg:

We gaan netwerken, maar op een leuke manier. Ieder krijgt een kaartje van iemand anders hier, met een bijzondere eigenschap, of iets unieks over deze persoon. Jouw taak is om die persoon te vinden. Je kan alleen gaan zoeken, maar je mag ook in tweetallen zoeken. Als je de persoon op je kaartje hebt gevonden, dan krijg je de knikkers. Als je samen zocht, moet je die natuurlijk verdelen. Je kunt vervolgens iemand anders helpen met zoeken. De persoon met de meeste knikkers heeft uiteindelijk gewonnen. Geef een indicatie van hoeveel tijd er is, en geef af en toe aan hoeveel tijd er nog resteert.

Effect

Door het spel heb je direct een ‘openingszin’ die het ijs breekt. Het wordt daardoor veel makkelijker om elkaar aan te spreken. Bovendien, motiveer je mensen om samen op zoek te gaan naar iemand, waardoor je de drempel om te netwerken nog verder verlaagd.

 

Voor meer informatie over brainstormen of werkvormen verwijs ik je graag naar mijn eerdere blog’s op LinkedIn of naar mijn boek ‘Beter Samenwerken’. De blog’s zijn ook terug te lezen op www.facilitatingcompany.nl

Terug naar het overzicht